Sprookjes uit de losse pols

Recensie: Godfried Bomans – De verliefde zebra en andere verhalen

 

Eind vorig jaar was het 50 jaar geleden dat Godfried Bomans overleed. Om die reden staat de auteur weer enige tijd in de belangstelling. Zo werden onder meer zes sprookjes uit de jaren 50 opnieuw uitgegeven als De verliefde zebra en andere verhalen. Bomans schreef deze sprookjes in 1953. Destijds kwamen ze uit als de ‘Kleine Duwaerboekjes’ bij uitgeverij Duwaer en werden gedistribueerd door de Coop-supermarkten. De zes boekjes zijn nu gebundeld in een mooie cassette.

 

Deze zes sprookjes kunnen beschouwd worden als het vervolg op Erik of het klein insectenboek (1941) en Sprookjes (1946). Bij deze sprookjes zijn de afbeeldingen net zo belangrijk als de tekst – in feite staat er maar weinig tekst in de boekjes. De boekjes werden destijds geïllustreerd door Jan Emmink en Jaap Pander. Ze namen elk drie werkjes voor hun rekening. Enkele tekeningen die Pander maakte in de periode dat hij drie van de zes Bomans-sprookjes illustreerde, zijn nu voor het eerst opgenomen in het inleidende werk van Arjan Peters, dat zeer de moeite waard is en de lectuur van de sprookjes verrijkt.

 

Alle Bomans-sprookjes beginnen met een probleem en vervolgens komt alles op z’n pootjes terecht, zoals het sprookjes betaamt. Drie sprookjes gaan over mensen, de andere drie gaan over (antropomorfe) dieren. Het lijken simpele verhaaltjes, maar schijn bedriegt. In relatief weinig tekst worden circulaire verhaaltjes volgens de genreconventies van het sprookje verteld. Toch drukte Bomans er zijn eigen stempel op. Vooral in ‘De ijdele engel’ is de katholieke opvoeding van de auteur duidelijk te herkennen.

 

Natuurlijk zijn de sprookjes een beetje gedateerd – ze zijn zeventig jaar oud – maar dat is juist leuk, want lezen is niet alleen bedoeld om de eigen tijd en inzichten bevestigd te zien. Ook merkt Arjan Peters in het bijgevoegde boekje met duiding, ‘Een meesterlijke speler’, terecht op dat een ‘enigszins antieke uitmonstering […] passend [is] bij het genre van het sprookje’.

 

De meeste sprookjes uit de cassette doen weinig onder voor klassiek geworden sprookjes van Andersen of de overgeleverde sprookjes die op den duur gebundeld werden. Dat geldt niet voor alle zes sprookjes. ‘De ijdele engel’ is werkelijk prachtig. Het is ontroerend en doet heel klassiek aan. ‘Het locomotiefje’ is een beetje een gezapig verhaaltje, en is beslist het minste werk uit de cassette, al heeft het ook wel iets gezelligs, hetgeen Bomans volgens Arjan Peters nastreefde. De overige vier sprookjes zitten ertussenin.

 

De boekjes zijn geschikt voor volwassenen met affiniteit voor sprookjes, maar ook om met of voor kinderen te lezen. De ene keer wordt er gesproken van sprookjes, de andere keer van kinderboekjes, maar in feite zijn de verhalen voor lezers van jong tot oud bedoeld. ‘Bomans schreef voor iedereen,’ zei een medestudent van mij die op Bomans is afgestudeerd toen ik hem dit probleem voorlegde.

 

De verzameling sprookjes is al met al van wisselende kwaliteit, maar het gemiddelde is hoog. Zoals gezegd is het sprookje over de engel zonder meer het hoogtepunt. De cassette had in feite De ijdele engel en andere verhalen moeten heten.

 

Deze zes sprookjes kunnen beschouwd worden als het vervolg op Erik of het klein insectenboek (1941) en Sprookjes (1946). Bij deze sprookjes zijn de afbeeldingen net zo belangrijk als de tekst – in feite staat er maar weinig tekst in de boekjes. De boekjes werden destijds geïllustreerd door Jan Emmink en Jaap Pander. Ze namen elk drie werkjes voor hun rekening. Enkele tekeningen die Pander maakte in de periode dat hij drie van de zes Bomans-sprookjes illustreerde, zijn nu voor het eerst opgenomen in het inleidende werk van Arjan Peters, dat zeer de moeite waard is en de lectuur van de sprookjes verrijkt.

 

Deze recensie verscheen eerder op Tzum op 21 februari  2022.